Search
  • Vilija Jozone

Het Monster In Mijzelf Omarmen

Updated: Dec 16, 2019

‘Au!’ Er komt een kreet rechtstreeks uit mijn borst gebied. Ik kijk naar de palm van mijn rechterhand en ik zie de harde waarheid: met deze hand heb ik mijn kind geslagen. Op dat moment springen de tranen in mijn ogen, met mijn linkerhand grijp ik naar mijn hart. Ik weet dat de kinderen al diep in slaap zijn, ik begin hardop te huilen. De pijn is overweldigend, te groot om te kunnen blijven staan en ik zak op de grond. Ik voel pijn en onmacht. Ik heb mijn kind geslagen en daarmee heb ik mijn belofte om mijn kinderen nooit te slaan verbroken. Ik sluit mijn ogen en voel de gedachte binnendringen: Nu ben ik het monster dat ik heb gezworen nooit te worden.


De twee kanten

Tot mijn 20ste heb ik in mijn geboorte land gewoond, Litouwen. Met veel dankbaarheid en nostalgie kijk ik terug naar alle mooie herinneringen van het opgroeien in vrijheid, ongerepte natuur, ecologisch eten, eindeloos spelen, beperkte (tot geen) keuze in producten, tradities en cultuur. Regelmatig denk ik aan de kracht van de patriottische band waarmee ik me nog steeds verbonden voel met andere Litouwse mensen. Ik heb het communistische regime nog bewust meegemaakt en kan me de opwinding van de Bevrijdingsdag nog goed herinneren. Jarenlang vertelde ik trots tegen mijn nieuwe vrienden en kennissen in Nederland over waar ik vandaan kom en hoe uiterst verschillend het was ten opzichte van het leven in Nederland. Ik vertelde alleen de positieve dingen, het kwam niet in me op om te benoemen dat ik in een gezin met geweld, drank problemen, heftige driftbuien en overheersende seksuele energie opgegroeid was. Het leek voor mij vanzelfsprekend dat ik het voor mijzelf hield, intuïtief kon ik ook aanvoelen dat over sommige familie zaken niet wordt gesproken. Het voelde als een maatschappelijke norm. Totdat ik in burn-out terecht kwam en langzaam begon te ontdekken dat om vrij en gelukkig te kunnen zijn in deze tijd het nodig was om over alles te kunnen praten.


Horror flashback

In het boek van A. Lowen, een van de grondleggers van de lichaamsgerichte psychotherapie, worden de ouders die kinderen slaan monsters genoemd. Dit boek heet “Narcisme – de ontkenning van je ware zelf ”. Als kind was ik de hele tijd bang van mijn vader. Terwijl ik dit schrijf, komt de vraag bij me op: Ben ik door een monster opgevoed? Ik neem een diepe ademteug en reis in mijn herinneringen terug naar mijn kindertijd. In onze opvoeding gebruikte mijn vader een straf systeem dat ongeveer vanaf mijn vierde jaar werd toegepast: met de riem op de blote billen slaan: bij de eerste overtreding 3 slagen, bij de tweede 6, dan 9, tot 12. En dan begon het weer opnieuw. Ik kan me nog herinneren hoe ik met horror in mijn ogen, duizelig en met trillende benen mijzelf opleverde voor de maximale straf van 12 slagen. Soms moest ik zelf alvast de riem uit de kast pakken en naar mijn vader brengen. Het maakte niet uit wat de overtreding was: een onvoldoende op school, liegen of aardbeien jatten uit de tuin van de buren. Het systeem ging voor, geen genade. Hoe ouder ik werd, hoe beter ik ermee om leerde gaan. Op de leeftijd van 8-10 jaar was de pijn van de slagen niet meer mijn grootste zorg, maar de paarsblauwe strepen op mijn billen die mogelijk zichtbaar konden worden tijdens de gymles. Want ik kon niet anders dan mij schamen voor wat er thuis gebeurde. Uit de schaamte leerde ik dat het beter was om het verborgen te houden.

Rechtvaardigen zonder erkennen?

Al die tijd kon ik de opvoeding van mijn ouders rechtvaardigen door tegen mijzelf en anderen uit te leggen dat het best normaal was in die tijden. Veel mensen zijn in gelijksoortige omstandigheden opgegroeid. Het deed me zelfs goed om te voelen dat ik bij de groep lotgenoten hoor die verdoemd was om het mee te maken en te nemen voor wat het is. Ik hoorde bij de groep mensen die de keuze heeft gemaakt om de pijn diep in zichzelf te verstoppen en niet aan de wereld laten zien, de groep die gezworen heeft om alles te doen om maar niet hetzelfde te herhalen als hun ouders. Deze eed werd mijn grootste uitdaging in de weg naar zelfliefde en acceptatie. Zelfs wanneer ik besefte dat het gedrag van mijn vader kwam vanuit de intentie om mij goed op te voeden, of vanuit zijn onvermogen om zijn eigen woede en razernij te beheersen; zelfs dan was ik gevangen door een overtuiging die gevormd was door een katholiek geloof: heb je ouders onvoorwaardelijk lief, respecteer ze en vergeef ze. Steeds weer koos ik voor dat zonder eerst eigen pijn te erkennen. En dus ging ik weer door met mijzelf weg cijferen.


Hoop is de weg

Op het moment dat ik dit schrijf, ligt mijn vader in het ziekenhuis, hij heeft niet zo lang meer. Ik denk aan die lieve onschuldige ogen van mijn vader die ik van de zomer zag. Hij lag daar zo klein en kwetsbaar. Geen monster meer, geen angst. Alleen een enorm verlangen bij mij voelbaar om te kunnen vergeven en liefde voelen. Een groot verlangen van mij om verbinding in contact met mijn vader te ervaren. Lang bleef ik kijken in zijn ogen, zoekend naar iets wat ik nog nooit heb gezien – zachtheid en het onvoorwaardelijk liefhebben. Maar ook toen moest ik met lege handen en pijn in mijn hart naar huis gaan. Voor de zoveelste keer heb ik niet mogen krijgen waar ik zo naar verlangde! En voor de zoveelste keer werd ik gered door mijn hoop dat die liefde er is. Het is er, in mij. Ik voel het. En ik voel dat de ziel van mijn vader mij kan horen. Ik denk aan het liedje van Stef Bos en ik hoor mijzelf zeggen in mijn gedachtes: Papa, ik lijk steeds meer op jou. Ik weet dat jij geen monster bent en dat je dat nooit echt had willen zijn. Ik weet dat jij van me houdt en ik vind het zo jammer dat we nooit echt een kans hebben gehad, want ik hou zo veel van jou. Ik hou steeds meer van jou!


Ik ben een mens

Het schrijven van dit blog en weten dat dit door andere mensen gelezen wordt is een cadeau voor mij – ik voel me compleet, vrij en voldaan. En het voelt zo goed, ik wil er meer van. Ik heb nog veel te vertellen over mijn pijnlijke ervaringen uit mijn verleden en hoe ik het steeds overleefd heb. Praten erover, delen met en anderen, werkt helend voor mij. Dat gun ik mijzelf van harte. Diep in mijn hart weet ik dat dat de enige is wat ik kan doen om mijzelf te kunnen zijn in contact met mijn kinderen. Tijdens lichaamsgerichte therapie en trainingen heb ik geleerd wat ik niet van mijn ouders heb kunnen leren,: verantwoordelijkheid nemen voor mijn gedrag, contact met mijn kinderen herstellen en vertrouwen dat het oké is dat ik ben wie ik ben.


Ik ben een mens van lichaam, geest en ziel. Ik ben in contact geweest met monsterlijk gedrag. Dat heeft mij niet minder of anders gemaakt dan wat ik ben, een mens.

139 views

+31650600234

©2019 by Vilija.nl. Proudly created with Wix.com