Genot, Pijn, Verlies & Intimiteit
Genot en Pijn
Ik las ergens: analyse is het tegenovergestelde van genieten.
En toen viel het kwartje. Niet omdat ik zo'n analytisch persoon ben. Juist omdat ik steeds zo veel en zo intens in het voelen bleef.
Je kunt niet tegelijkertijd in beide tegenpolen aanwezig zijn.
Je bent aan het analyseren. Óf je bent aan het genieten.
Om van je lijf te kunnen genieten, moet je je hoofd loslaten.
Om uit de beleving terug te komen en jezelf te reguleren, moet je je hoofd juist gebruiken en even niet je hart volgen.
Idealiter willen we alle drie:
Hart volgen
Luisteren naar onze buik
Brein gebruiken
Wat is plezier voor jou? Hoe doe jij genieten?
Veel mensen vinden plezier gênant. Egoïstisch. Te veel.
Genieten doen ze snel, stiekem, of pas als ze het verdiend hebben.
Herken je dat?
En ook...
Dat je je schuldig voelt als je lacht terwijl je vriendin in de put zit.
Dat je je inhoudt in bed omdat je bang bent te veel geluid te maken.
Dat je na een mooie dag meteen denkt: ja maar morgen...
We zijn verleerd om te ontvangen.
In al die jaren emotioneel lichaamswerk bij diverse gemeenschappen zag ik hoe mensen hun weerstand en angst voor genieten overwinnen. Hoe mensen elkaar inspireren om meer te ademen, meer te lachen, meer geluid te maken, meer te spelen, uit te reiken, op te staan na het vallen, zichtbaar te worden en voluit te leven.
En terwijl ik getuige was van zoveel intieme momenten van anderen, was ik vol bezig met mijn eigen proces. Met mijn levensvragen. Met het her-claimen van mijn rechten. Mijn recht op bestaan, op genieten, op levend zijn, op liefhebben, op liefde ontvangen.
Ik ontdekte de kracht van mijn bekken, mijn benen, mijn onderkant. Ik werkte met schaamte, met schuld en weer zacht en sensueel worden. Ik leerde ontpantseringstechnieken en pakte de kans om mijn eigen pijn met mijn eigen plezier te leren helen. Hoe dieper ik bij de pijn kwam, hoe dieper het genot voelbaar werd. Wat een mooie balans. Yin en Yang.
Na mijn Integratieve Psychotherapie-opleiding deed ik twee jaar Hart & Seksualiteit. En wat ik daar leerde was zo simpel en zo groot: je hart gaat pas echt open als je bekken ja mag zeggen tegen leven. Niet alleen tegen overleven.
We zouden kunnen zeggen dat plezier en pijn tegenover elkaar staan. Maar in je lijf zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je adem, net als bloed in je aderen dat je lijf van voeding voorziet, voorziet je ademhaling al je lichaamsdelen van levensenergie, sensaties, subtiele trillingen, opwinding en stroming. Dezelfde adem die langs gaat, maakt ook de oude opgeslagen pijn wakker en brengt herinneringen terug.
Het maakt je kwetsbaar. Het maakt je echt.
Diep verstopte pijn vraagt om je keel eerst los te maken. Diep plezier helpt je weer geluid te durven maken.
Diepe rouw vraagt dat je bekken durft te trillen en los te laten.
Diep genieten vraagt precies hetzelfde.
Het is één adem. Je kunt niet kiezen. Als je je pijn dicht zet, zet je ook je plezier dicht. Als je je plezier klein houdt, blijft je pijn vastzitten.

De intimiteit die we kwijtraken (en hoe ze terugkomt)
We praten over verlies van een ander.
Veel minder over het verlies van intimiteit met onszelf.
En toch begint het daar bijna altijd.
Voor je partner verloor. Voor de scheiding. Voor de ruzie die bleef hangen. Voor je lichaam anders ging voelen na ziekte of burn-out. Daarvóór was er al een klein moment waarop je jezelf verliet.
Het moment dat je stopte met luisteren naar je buik.
Dat je nee voelde maar ja zei.
Dat je moe was maar doorging.
Dat je zin had in nabijheid maar je terugtrok, omdat je bang was te veel te zijn.
Intimiteit met jezelf is geen groot spiritueel woord. Het is heel praktisch:
Durf je nog te blijven als je je eigen verdriet voelt?
Durf je zacht te zijn voor je eigen lijf, ook als het niet doet wat je wilt?
Durf je jezelf aan te raken zonder meteen aan iets te denken?
In mijn werk zie ik drie vormen van verlies steeds terugkomen:
1. Verlies van zelf-intimiteit
Je bent veel in je hoofd gaan wonen. Je lijf is een ding geworden dat moet presteren, er goed uit moet zien, niet lastig moet doen. Je ademt hoog. Je voelt weinig. Genieten voelt ver weg.
2. Verlies van relationele intimiteit
Je bent nog wel samen, maar niet meer écht samen. Jullie zorgen, regelen, overleggen. Maar de blik die zegt: ik zie je echt, die is weg. Je mist huid, warmte, een hand die zomaar blijft liggen.
3. Verlies van intimiteit met het leven zelf
Alles wordt vlak. Eten smaakt minder. Muziek raakt je niet. Je doet wat moet, maar je vóelt het leven niet meer. Je vraagt jezelf af "Leef ik nog?"
En hier gaat het mis in veel relaties: we proberen de tweede te repareren zonder de eerste te herstellen.
Maar je kunt geen intimiteit geven die je jezelf niet gunt.
Daarom begeleid ik je altijd terug naar je eigen lijf, je eigen sensaties, je eigen beleving. We beginnen bij jou.
Een hand op je eigen borst.
Een ademhaling die weer tot in je bekken zakt.
Een klein geluidje dat eruit mag, ook al schaam je je ervoor.
Zonder oordeel. Zonder doel.
Van daaruit gebeurt er iets wonderlijks. Als jij weer een beetje thuis komt in jezelf, wordt het weer veilig om de ander toe te laten. Niet omdat de ander veranderd is. Maar omdat jij weer voelbaar bent.
Als coach fix ik geen relaties. Ik help je herinneren hoe je weer intiem kunt zijn met jezelf. Zodat je van daaruit kunt kiezen: wil ik hier weer intiem zijn met jou? En hoe dan?
Soms betekent dat: we vinden elkaar weer. Soms betekent dat: we nemen afscheid met liefde. Beide zijn vormen van intimiteit.
Verlies hoort bij liefde. Altijd. Als je durft lief te hebben, zul je ook afscheid moeten nemen. Van een mens, van een versie van jezelf, van hoe je dacht dat het zou lopen.
De vraag is niet: hoe voorkom ik verlies?
De vraag is: kan ik zo intiem zijn met mezelf dat ik verlies kan dragen zonder mezelf weer te verlaten?
Dat kun je oefenen. In contact. Veilig en op jouw tempo.





Comments